Ouborg's Indische maskers

17 september 2015

Na een eerste verlofperiode in Nederland vestigt Ouborg zich in 1926 met vrouw en dochter in Batavia. Hij krijgt een rustiger bestaan als tekenleraar en maakt via de Bataviase Kunstkring contact met kunstlievende mensen waaronder Jan Frank.*

Jan Frank verenigt de nederlandse en Indische cultuur in een. Zijn moeder is Javaans en zijn vader Nederlands. **  Volgens Ouborg een man van een "zeer oude gemoedsbeschaving". Zij worden hartsvrienden die er in hun vrije tijd op uittrekken, in de Dessa de natuur en de inheemse bevolking schilderen.                                                                                                                                                                         Ouborg en Frank delen hun fascinatie voor maskers. Beiden zijn verzamelaars en ze ondernemen samen een tocht naar de binnenlanden. Ze sporen de meest authentieke pas gebruikte maskers op en willen de verhalen erover direct van de maskersnijders en dragers horen. De bijzondere ziekte - maskers zijn hier een voorbeeld van.

De maskers keren terug in het werk van Ouborg. In het begin nogal realistisch en later in een mengeling van religieuze, demonische en bezwerende beelden. Een medium tussen mens en het onkenbare, het bovenaardse. Hierin zien we de invloed van zijn streng religieuze opvoeding waarin het bovenaardse en het metafysische een grote rol speelt.

Annelies Haase vertelt in haar artikel dat het bekend is dat Ouborg visioenen heeft, meestal in de schemertoestand tussen waken en slapen. Hij heeft er speciale gevoeligheid voor .

 

Terug in Nederland 1938

Als Ouborg terug is in Nederland wordt een deel van Ouborgs collectie geëxposeerd in het kabinet van het Haagse Gemeente Museum. Maar op een of andere manier lijken de maskers minder indringend. Volgens Ouborg trekken de 'ruigere' Afrikaanse maskers het publiek meer. Hier zal zeker een rol spelen dat het Indische masker in de Indische context een andere impact heeft dan een presentatie in een Nederlands Museum.

In een briefwisseling met een goede vriendin schrijft Ouborg in 1945 hoe belangrijk beelden voor hem zijn.

" Onderweg werkt ondanks tegenslag en vermoeidheid de wereld beeldend op mij in. Hemel en aarde met hun zonderlinge begroeiing, uitstulpingen, en inkervingen roepen tot mij en den weg over roep ik tot hen, stamel bezweringen en gebeden, steeds gebonden aan wat ik visueel beleef".***

Een jaar voor zijn dood 1955

Ouborg maakt zijn laatste schilderij. Hij noemt het "Regengoden ". Drie maskerachtige figuren verschijnen op wijdse vlakten. Een universeel beeld in deze tijden.

*      Annelies Haase, Het masker als middelaar, uit Het masker als intermediair, 2008, Den Haag.

**    Jan Franks Niemantsverdriet 1885 - 1945 .    

*** Brief aan Jettie Albach-Tielrooy. 28 februari 1945.