In de Ban van Benner

6 september 2020

Gerrit Benner 1997 - 1981
Het is jaren geleden dat we de kinderkamers in ons huis opfleurden met twee posters van Gerrit Benner. Het Voorjaar in prachtinge kleuren en compositie uit 1970.1, cat.49 en De Boerderij (of het dorp) uit 1954. 1,42 
Later kom ik In de Ban van Benner tegen. Een door Loek Brons goed geschreven catalogus bij een overzichtstentoonstelling van Benner in het Singermuseum in Laren en het Fries Museum in Leeuwarden met nuttige informatie en afbeeldingen.
Mijn interesse voor Benner groeit als ik hem in de loop van de tijd geëxposeerd zie en meer van hem weet. Zijn werk is echter verspreid en er is slechts een beperkt aantal 'standaard' biografische gegevens die te beperkt zijn om Benner in leven en werk te volgen en duiden.
 

Loek Brons is kunsthistoricus en afgestudeerd op Benner. De uitstekende catalogus, met  controleerbare, bronnen is voor mij het meest geschikt om als uitgangspunt te nemen. Zijn chronologische indeling van het leven en werk van Benner is zodanig uitgewerkt dat het een compleetheid geeft die recht doet aan het gehele oevre van Benner. Het is de reden om hieronder zijn chronologie te volgen en andere werken hier en daar als aanvulling te gebruiken.
De verwijzingen in de tekst staan onder de bronnen weergegeven.

Geboorteplaats Leeuwarden en afkomst
Gerrit Benner wordt op 31 juli 1897 geboren in Leeuwarden. De Benners stammen oorspronkelijk uit Den Haag en zijn streng katholiek. Rond 1800 vestigt de familie zich in Leeuwarden. Ze laten het katholicisme langzaamaan los.
Het zijn vaardige handwerkslieden en dat geldt ook voor de vader van Gerrit die eerst na een loopbaan als onderwijzer uiteindelijk kiest voor het vak van fijn timmerwerk. Zijn moeder, Itske Zijlstra, is een Friezin die prachtig kantwerk haakte voor Friese floddermutsen.
Gerrit groeide op als enig kind en bracht zijn tijd door met lezen en tekenen. Hij wilde kunstenaar worden. Moeder Itske had hier een praktische oplossing voor. Op de huisschilderafdeling van de ambachtsschool en op tekencursussen leerde hij alvast een vak en de rest kwam later wel.
Hij heeft veel profijt van zijn opleiding. Zo krijgt hij bijvoorbeeld veel kennis van schildersmaterialen en het gebruik ervan. Ook wordt hij bijvoorbeeld heel goed in het mengen van kleuren en het tekenen. Zijn leergierigheid helpt hem verder in zijn ontwikkeling.  Zoals zijn liefde voor het Friese landschappelijke leven.

Toch zal hij zeggen: Ik hou van Friesland maar ik voel me geen Fries. Ik ben een mens die Gerrit Benner heet, die schildert.

Een kenner koopt bij Benner
In 1918 trouwde Gerrit met Geesje Schaap, een echte Friezin. Het waren jonge idealisten 
Met het beginnen van een eigen zaak verwierven ze vrijheid en onafhankelijkheid. Het beeld is later ontstaat dat de zakelijke resultaten slecht waren en de Benners verloederden.
Brons bestrijdt dit, het tegendeel is waar. Twintig jaar lang door de crisis van de jaren 30 heen dreef Gerrit met Geesje een winkel in luxeartikelen zoals: sieraden, leren tassen en portemonnees. De naam Benner had een goede klank. Inkopers kwamen zelfs naar de zaak voor inkoopadvies.
Het ging het gezin voor de wind. Ze kochten een eigen boot en genoten met hun twee jongens van de vaartochten. In de vrije uren en 'nachts bleef Benner tekenen en schilderen.

Omdat de winkel nogal krap van ruimte was besloten Geesje en Benner te gaan verbouwen en de ruimte groter te maken. Dit liep wel uit op een mislukking. Er was allerlei gedoe met de autoriteiten. Aanvragen voor vergunningen liepen mis, Voorschriften werden volgens de ambtenarij niet goed opgevolgd enzovoorts. De winkel kon niet normaal open en als klap op de vuurpijl werd er een luidruchtige bar naast het winkelpand geopend

De winkel balanceerde op de rand van het faillissement. Gerrit en Geesje wierpen de handdoek in de ring en verhuisden in 1939 van hartje stad naar een arbeiderswijk. De middenstanders van aanzien werden outsiders en waren aangewezen op kleine baantjes en losarbeid. Benner bleef desalniettemin de onbedwingbare neiging houden om te tekenen en te schilderen.
Toen echter het faillisement uitgesproken werd raakte hij gedeprimeerd en verbrandde al het werk dat hij had.

Het is overigens de vraag of deze destructieve daad alleen met Benner te maken had. Nederland is in de jaren '30 afgegleden naar een schrale cultuurpolitiek waarin alleen de Nederlandse Duitse romantische stijl geliefd en geoorloofd was. Het kan zijn dat Benner heel goed heeft aangevoeld dat zijn expressionistische vernieuwende stijl een doorn in het oog van de autoriteiten zou zijn.

Het vroege werk
Benner spreekt mooi over zijn leerschool als kunstenaar. Hij leerde veel over materialen, verven en schilderen maar niet wat hij wilde. Zo ging het ook met tekenen. Hij kon wel tekenen maar niet zoals het moest. Hij kon zijn gevoel er niet in kwijt.
Toch geeft Brons aan dat uit de allereerste bekende tekening De Molen uit 1929 blijkt dat Benner niet onderdeed voor academisch gevormde kunstenaars.1,cat1,cat2

Wat overblijft uit de vroege tijd zijn de werken die aan vrienden, particulieren en als contraprestatie zijn weggegeven. Daaruit zijn kleine collecties ontstaan. De collectie Bouma uit de eerste twee oorlogsjaren is er een van.

Oorlog
Gerrit werkt als huisschilder aan het Parkherstellingsoord in Leeuwarden. Hij maakt kennis met de directrice Anna Porte die Benners talent ontdekt. Ze arrangeert ontmoetingen in het huis van familie De Jong.
Annie de Jong Bouma was een goede vriendin van Anna Porte. Ze gaf Benner de gelegenheid om veel te schilderen. Een van die werken is Huis in het bos, een pastel uit 1942.
Het Jodenkerkhof uit 1942 staat wel in de cataloguslijst van Brons opgenomen maar is niet als afbeelding te vinden.
De wandeling in het Herfstbos een gouache uit 1945, uit een particuliere collectie is evenals de voorgaande oorlogswerken niet gesigneerd. Wat het motief is weet ik niet. De wens van de verzamelaar of van Benner zelf? Zijn stijl en thema's zijn immers door de bezetter verboden.

Een dappere en belangrijke daad is de weigering van Benner zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer terwijl het lidmaatschap nodig was om te mogen werken. De joden, waaronder vrienden van Benner, waren uitgesloten. Hen wachtte een ander dramatisch lot.
Het gehele gezin Benner duikt noodgedwongen onder in het Friese Eernewoude. Ook omdat de jongens voor uitzending naar Duitsland opgeroepen dreigen te worden.
Gerrit verandert de schuur in een atelier en tekent veel. Hij ontmoet er Wim Kersten, de latere conservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ze blijven ondergedoken tot het einde van de oorlog.

Oskar Gubitz en zijn vrouw Gubitz Vellinga zijn dierbare blijvende vrienden en verzamelaars. Ze maken dankbaar gebruik van de gastvrijheid van de Benners om in hun huis te wonen als ze onderdak nodig hebben. Gubitz biedt vlak na de oorlog in het wat culturelere Groningen atelierruimte aan Benner aan. Benner heeft er een hele collectie bij elkaar geschilderd en een deel ervan aan de Gubitz geschonken. Daarmee is een mooie collectie Gubitz-Vellinga ontstaan die overtuigend laat zien dat Benner weliswaar veel pech heeft gehad maar met de onvoorwaardelijke steun van zijn Geesje en zijn vrienden niet bij de pakken is gaan neerzitten.
Het werk van Benner blijft gekenmerkt door een sterke kleurexpressie, natuurgevoel en eenvoud. Er ontstaat een ogenschijnlijk toegankelijk beeld. De betekenis van de thema's, zo kleurrijk en eenvoudig weergegeven vergen echter wat meer aandacht.

Gerrit Benner en de Groninger drukker Hendrik Werkman worden terecht als zielsverwanten gezien. Beide hebben een faillissement achter de rug en gaan toch weer aan de slag. Hun humanistische levensbeschouwing komt overeen. Ze delen hun technische vaardigheden, beeldend vermogen en kleurexpressie. Werkman heeft gedurende de oorlogsjaren gewerkt aan de Chassidische Legenden. 5,6

Benner en Werkman hebben elkaar nooit ontmoet. Werkman werd aan het einde van de oorlog gefusilleerd. Toen de dochter van Werkman Fie en haar man de kunstenaar Siep Van de Berg Werkman's Chassidische Legendes lieten zien was Benner zwaar onder de indruk. Wellicht kende hij de legendes, hij was immers een belezen man en kende de joodse literatuur.
Opmerkelijk is dat Benner's Huis in het bos, het Bos en het Getto ook in de Legenden belangrijke thema's zijn.

Benner en de moderne kunst in Nederland
Kort na de oorlog dienden zich twee kunstenaars in Leeuwarden aan. Het waren de inmiddels al wat bekendere Karel Appel en Corneile. Het was hun ter ore gekomen dat in het noorden een heel bijzondere kunstenaar met een vernieuwende moderne stijl aan het werken was. Het heldere klare beeldgebruik was in die tijd ongekend. Benner wordt steeds bekender en wordt gezien als een fenomeen. Huub Mous, citeert in dit verband de kunsthistorica Willemijn Stokvis die Benner ziet als de doorbraak van de moderne kunst in Nederland. 3,23
Het is voor mij klip en klaar klip en klaar dat Karel Appel zich in stijl, kleur en thema's heeft laten inspireren door Benner en niet omgekeerd. Dit is in mijn ogen geen probleem voor deze kunstenaars geweest. Appel vertrekt daarna spoedig na Amerika.  Benner komt naar Amsterdam.
en hij huurt het attelier van Karel Appel. Later verhuist het hele gezin naar Amsterdam.

Van Amsterdam tot Bochum
Het vrijere klimaat doet de creativiteit van Benner goed. De kleuren veranderen, hij werkt met grotere 'vlekken' en formaten. De steeds terugkerende paarden en ruiters maken plaats voor koeien in het landschap en de vogel als symbool van de vrije vlucht.
Onder protectie van Sandberg en zijn vriend conservator Kersten wordt Benner opgenomen in het kunstenaarscircuit dat de Nederlandse kunst in het buitenland moet promoten. Tot dat circuit behoren onder andere Appel, Lucebert en Contstant. Benner blijft een individualist en geen groepskunstenaar. Het maakt hem juist creatief en op het spoor van zijn eigen ontwikkeling. Het maakt hem geen eenling. Volgens Mous weet Benner goed waar hij wel en niet moet zijn en waar hij zijn inspiratie vandaan kan halen.
Mooi is dat Benner in 1955 de prijs voor het kunstenaarsverzet 1942-1945 krijgt uitgereikt.

Door deel uit te maken van reizende kunstenaarstentoonstellingen bereikt Benners werk vele Europese steden en Noord-en Zuid-Amerika. Hij wint enkele prijzen maar de echte doorbraak moet nog komen.
Hij krijgt een beurs om naar Schotland te gaan. Zijn zoon Pieter gaat mee en zegt van hem: Hij was naïef en simpel in zijn vormgeving, maar niet naÏef of simpel van geest.

Terug uit Schotland neemt  zoon Henk de 'regelzaken' op zich. Het geeft Benner meer rust om te werken. De grootste opdracht is een eerste solotentoonstelling van 262 werken in de Statische Kunstgalerie in Bochum. Benner is enorm productief.  Zoon Henk en de directeur Dr. Peter Leo begeleiden het grote kunstproject. Er wordt gehoopt op een internationale doorbraak van Benner. Grote landschappen en meer dan 40 doeken met vogelthema's maken deel uit van de expositie. Zijn stijl is ruwer geworden en met dikkere lagen verf.

Solotentoonstelling in Bochum
In 1960 wordt de expositie geopend. Alhoewel er waardering is voor zijn werk blijft het verwachtte succes en de doorbraak achterwege. Wellicht dat het overlijden van Dr. Peter Leo een rol speelt. Benner verliest in hem een pleitbezorger in het museale circuit. Hij is inmiddels 65 jaar en lijkt zich erbij neer te leggen. Hij voelt zich toch al niet zo best bij het theatrale kunstvertoon. Het is een bevrijding voor hem om terug te keren naar het Franse lichtere, speelse en verfijndere expressionisme.
In de jaren na Bochem maakt Benner nog enkele monumentale opdrachten. Verder werkt hij vooral zoals hij het voelt. Op zoek naar het wezen van mensen, dieren, natuur en de kosmos.1,20,21

Terugkeer naar Friesland
In 1971 keren Benner en Geesje terug naar Friesland. Ze gaan in Nijemirdum wonen. Gerrit krijgt zijn laatste atelier. Hij blijft schilderen, zachter milder en warmer. Hij krijgt nog een solotentoonstelling in het Stedelijk in Amsterdam maar daarna wordt het stil om hem heen.
Ondertussen gaat de geestelijke gezondheid van Gees achteruit. Gerrit verzorgt haar lange tijd. Uiteindelijk zal zij hem nog twee jaren overleven.

In de stilte keert hij terug naar zijn oude thema's en zijn natuurervaringen. Hij schildert de kleine figuren op weg in de onmetelijke ruimte. Hij heeft een kosmisch bewustzijn.
Gerrit Benner overlijdt op 19 november 1981.

Terug bij Benner
Het is een bijzondere gewaarwording voor me het leven en werk van Benner opnieuw te bekijken.
Huis in het Bosch uit 1942 is voor mij het kantelpunt waardoor zijn werk anders ben gaan zien en vragen stel. Wie zijn die kleine figuurtjes op paardjes en in koetsjes? Toch geen Friese landarbeiders. Waarom is een dorp ommuurd? En wie varen daar allemaal op de meren en de zee?
Mijn ontdekking dat Het Huis in het Bos een belangrijk thema uit de Chassidische Legenden is wordt onderstreept door het kunstboek Huis in het Bosch van Vincent van Ojen. Ik kreeg het boek tijdens een atelierbezoek aan hem. Hij had 9 schilderijen gemaakt op basis van een ansichtkaart van de bosrijke Karpaten uit 1930.9

Al met al realiseer ik me dat ik me heb laten leiden door zijn kleurexpressie en de beeldvorming rondom Benner. Zijn leven en werk is volgens mij geneutraliseerd door de kunstwereld en tijdsgeest. die Friese kunstenaar die volledig ingestort was na het faillisement van de winkel, bestaat niet. Al die mooie kleuren, licht en donker, de eenvoud en het landschap vormen ook een valkuil. Je wordt blij van Benner!
Ten slotte, Dat hij een autodidact was is een bedenkelijk onderscheid dat gemaakt wordt met de academisch gevormde kunstenaar. Hij was een professioneel kunstenaar die met zijn beroep de kost verdiende en een plaats in de kunstwereld wist te verwerven

 

Bronnen

1 www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.051212358.html/in-de-ban-van-benner/

2 https://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2112289/Bekende-kunsthandelaar-Loek-Brons-uit-Velp-overleden

3 https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.301791724.html/de-kleur-van-friesland/

4 Gerrit Benner, Flevodruk / Galerie de Vis, Harlingen, 2005

5 https://www.kb.nl/themas/boekkunst-en-geillustreerde-boeken/de-blauwe-schuit-en-hn-werkman-1941-1944/de-blauwe-schuit-chassidische-legenden-1

6 https://www.kb.nl/themas/boekkunst-en-geillustreerde-boeken/de-blauwe-schuit-en-hn-werkman-1941-1944/de-blauwe-schuit-chassidische-legenden-2

Gerrit Benner, Erik Slagter. Periode 1944 - 1948. Uit collectie Rie Gubitz-Vellinga, 1991,

 8 https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_werkkampen_in_Nederland

9 https://nl.wikipedia.org/wiki/Lork

10 https://nl.wikipedia.org/wiki/Nijemirdum

11 https://www.vincentvanojen.nl/

Claire Hammond speelt De Bomen van de Finse componist Jean Sibelius.