De gemberpot van Mondriaan

1 juni 2017

Onze Chinese gemberpot
Op zondagen aten wij regelmatig 'chinees'. In het centrum van de stad was volgens mijn ouders een restaurant van heel goede kwaliteit. Daar werd de maaltijd afgehaald en thuis dekte mijn moeder met veel plezier de tafel. Bamie en nassie goreng, kroepoek, sateh, witte rijst voor bij de kip met tjap tjoy; het was een feest op tafel. Eenmaal allen aan tafel gezeten en het gebed gedaan haalde mijn vader met een theatraal gebaar de groene Chinese gemberpot uit de kast en zette die midden tussen de gerechten. Na de nodige achtergrondinformatie deelde hij de gember rond met de opmerking dat het goed was ons smaakscala uit te breiden. Waarna hij er overigens geen punt van maakte als iemand van ons er geen trek in had.

 Eten deed ik zelf niet veel. Tegelijkertijd praten en eten gingen mij slecht af. Ik knoeide (en knoei) dan veel op mijn zondagse goed. Mijn moeder riep dan wanhopig uit "Ankie, kijk wat je doet"! Wat voor mij natuurlijk niet zo leuk was als je met z'n allen gezellig bij elkaar zit. Kortom, ik ging naar die prachtige gemberpot kijken en nam alleen een stokje sate (kip) en een stukje gember met zoete siroop.

Jaren later zie ik de gemberpot terug in een Mondriaan tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag waar ik met mijn gezin naar toe ben gegaan. Gecombineerd met een bezoek aan Madurodam is het een gezellige uitstap geworden. Mijn man en ik laten zoals gebruikelijk de kinderen vrij in hun 'beleving' van Mondriaan en zijn ontwikkelingsgang. Op weg naar de museumshop vragen we hen wat ze ervan vonden. Waarop de oudste uit de grond van zijn hart zegt: "ik vind die streepjes niks, die bomen wel". We kopen een poster van de bomen die jaren lang bij ons aan de muur heeft gehangen.

De gemberpot als stilleven
In de kunstgeschiedenis zien we de gemberpot regelmatig terugkomen als stilleven.  Het is een voorwerp uit het dagelijks leven dat veel mensen kennen. Ons Rijksmuseum, de hoeder en beheerder van ons cultureel erfgoed, telt een collectie van ongeveer 230 schilderijen. Om die collectie aan te leggen is het heel belangrijk goed te omschrijven wat onder een stilleven en gemberpot wordt verstaan. Op die manier kunnen de grenzen van de collectie worden vastgesteld. Conservatoren  Alan Chong en Wouter Kloek hebben een een lijvige catalogus voor de expo in het Rijksmuseum in 1999 over de periode 1550-1720 geschreven.

Samengevat
Het leven staat letterlijk even stil in deze gearrangeerde uitstallingen van voorwerpen, waaronder schelpen, boeken, schedels of dode dieren. Aan de omschrijving wordt toegevoegd dat er grensgebieden zoals die tussen levende en dode artefacten. Het is interessant te zien hoe in de loop der tijd verschuivingen optreden in wat stilleven en ook een gemberpot kunnen en mogen zijn. Boeiend om te zien wat er van 'mijn' gemberpot in de moderne tijd is geworden. Ik vind dat helaas een treurig geheel. De - uitgesproken en onuitgesproken - conventies rond stilleven lijken helemaal zoek. Bij de gemberpot van Theo van Doesburg hiernaast zijn ze nog minimaal aanwezig.

De moderne gemberpot bij Mondriaan
Alsof het toeval er mee speelt. Jaren later keer ik terug naar de gemberpot van Mondriaan. In een uitzending van Zomergasten op 15 augustus 2015 wordt door psychiater filosoof Damen Denys een filmpje met een gemberpot van Mondriaan getoond. Nadat ik me wat verveel met het filmpje over Jacques Lacan word ik wakker geschud . 

Denys is, net zoals Lacan, een theaterman en stelt zelfs dat kunst in stilte de waarheid kan doen ontvouwen terwijl de wetenschap de waarheid verbergt. Dat is heel wat en ik moet bekennen dat ik meer voel voor Chomsky de tegenvoeter van Lacan. Die is meer mijn inspiratiebron. 

Al met al zou ik de gemberpotten graag zelf in het echt willen zien. Het hoeft niet per se in het Stijljaar want echte iconen zijn tijdsloos. Zo ook de gemberpot van Mondriaan. Ik vraag me wel af waar de schilderijen zijn. In de catalogus van de tentoonstelling van 1994 Piet Mondriaan (p.125 ) staat te lezen dat kunstmakelaar Sal Slijper degene is die de Gemberpotten I en II naar het Guggenheim in 1919 New York heeft gebracht. Vlak daarvoor zijn de doeken gesigneerd met 'Mondrian'.

Alles welbeschouwd maakt het me niet uit of ze in het Haags Museum of in het Guggenheim hangen, en wie de twee schilderijen heeft gemaakt, Mondriaan of Mondrian. Het zou vanwege de transparantie goed zijn dat duidelijk wordt aangegeven wie ze gemaakt heeft, waar ze vandaan komen, en of ze echt zijn.

In 1981 zijn we met 4 vrienden de Foucaultgroep gestart. Het werd lezend, analyserend, discussierend een filosofiegroep die bijna 30 jaar zou bestaan. Na een jaar of 3 schakelden we over naar een breed palet van filosofen die ons hielpen te reflecteren op onze eigen praktijk en samenleving.  

Tijd voor muziek
Het is hoog tijd voor ontspanning en muziek. De bariton John Woudt heeft mijn favoriete muziekprogramma Reiziger in Muziek op youtube gezet. Reiziger kon als geen ander de klassieke muziek en de jazz bij de mensen te brengen.

In de volgende 2 filmpjes zingt de Bariton Bernard Kruysen de sterren van de hemel. Hij wordt op de piano begeleid en een beetje gestuurd door Gerard van Blerk.
 

In dankbare herinnering aan Han Reiziger

https://www.youtube.com/watch?v=x-mLrFwYD_A ( tot aan 2020 op Tamai Tubes)