De Amsterdamse Joffers schrijven geschiedenis

23 december 2018

Op de drempel van het Modernisme
Het modernisme is een koepelbegrip en kunststroming waarbinnen zich meerdere kunststijlen ontwikkelen. De afwijzing van de traditie en de permanente vernieuwing zijn belangrijke kenmerken. Het impressionisme is één van de nieuwe kunststijlen. De kunstenaar legt zijn eigen beleving in het werk door bijvoorbeeld lichteffecten, kleur en schetsachtige lijnen.
De meer abstracte vormen van het impressionisme hebben in de kunstgeschiedenis de meeste aandacht gekregen. De andere kant van het impressionisme, het bezielde realisme en het klassiek moderne is in de loop der jaren op de achtergrond geraakt.

Ik blader het boek  De Amsterdamse Joffers (1977) van Adriaan Venema door. Het ligt al geruime tijd op me te wachten op een stapeltje 'nog te doen'. De Joffers worden gezien als onderdeel van het Amsterdams impressionisme, een stroming in navolging van de Haagsche School en de Larense school. De kunstenaars onderscheiden zich met thema's uit het grote stadsleven.
De Amsterdamse Joffers is de naam van acht kunstenaressen uit de gegoede burgerij. Ze zijn geboren aan het einde van de 19de eeuw, het tijdperk van de late romantiek en het impressionisme. Ze kennen elkaar van de Rijksacademie en werken samen. Ze schilderen vooral stillevens en portretten maar nauwlijks het grote stadsleven. Hun opdrachtgevers behoren tot de elite.
Het filmpje toont een tentoonstelling met de Amsterdamse Joffers in 'Vrouwen schilderen' in het Gemeentemuseum Arnhem in 1955. 


Als eerste komt Thérèse Schwartze aan bod. Zij is van grote betekenis voor de groep en ongeveer 30 jaar eerder in het midden van de 19de eeuw geboren. In haar tijd is ze internationaal beroemd en schildert naast het stedelijk patriciaat ook het Hof en in het bijzonder Koninin Wilhelmina. Therese Schwartze, painting for a living, van Hollema en Broekema.CHPB

Schwartze en de Joffers kennen elkaar, dit in tegenstelling tot de bevinding van Hollema en Broekema. Ze komen allemaal uit de gegoede burgerij en hetzelfde culturele leven. Ze werken een periode samen in een tijdperk waarin het modernisme met de abstractie doorbreekt en de nieuwe toonaangevende kunststroming wordt.
Omdat de kwaliteit van vele van hun werken onomstreden is vind ik het de moeite waard te onderzoeken waarom deze kunstenaressen in de vergetelheid zijn geraakt.

Er zijn meerdere bronnen waar ik gebruik van kan maken. Boeken, internet documenten en youtube-filmjes bieden me een genuanceerd beeld. Ze zijn vermeld in de tekst en aan het einde van de blog.

Thérèse Schwartze 1851-1918
Schwartze is portretschilderes van de Amsterdamse stedelijke elite en het hof. Haar Vader Georg Schwartze is ook een belangrijke portretschilder en haar leraar. Thérèse gaat naar Munchen om het vak nog beter te leren bij Lehnbach en andere Duitse portretschilders in de laat romantische portretkunst. Het is de Duitse leerschool van Lehnbach die doorwerkt  in de rest van haar oevre.Marius,51-53/230-231 De Amerikaanse invloed die door Hollema en Broekema wordt genoemd is wat vergezocht.p.43-80.

Nadat haar vader vroeg overlijdt neemt Thérèse het kostwinnerschap over. Ze is heel erg goed en wordt navenant gewaardeerd. Ook door de Amsterdamse Burgemeester van Tienhoven die haar introduceert bij het hof. De meeste portretten van leden van het koninklijk huis hebben een belangrijke symboolfunctie, het zijn statieportretten. Ze moeten persoonlijkheid, gezag en wijsheid uitstralen. Vooral de kunstminnende Koningin Wilhelmina had dat goed door en liet zich in haar jonge jaren meerdere malen door Schwartze portretteren. 

De grote waardering voor Thérèse Schwarze staat in contrast met de wijze waarop ze ná haar dood in 1918 vergeten en verguisd is. In hoofdstuk 4 beschrijven Hollema en Broekema de redenen die hieraan hebben bijgedragen. CHPBHet werk van Schwartze uit de tijd wordt oppervlakkig gevonden salonfahig en veel te duur betaald. Schwartze verdient een jaloersmakend fortuin. De Tachtigers keren zich af van de traditie. Geheel volgens de norm van de moderne tijd wordt kunst de innerlijke expressie van de innerlijke emotie. Kunstenaars als  Georg Breitner, Isaac Israël en Max Lieberman vertegenwoordigen deels deze vernieuwende kunstopvatiing maar zijn ook nog verbonden met die van Schwartze. De lijnen zijn niet zo strak te trekken .....

Dat er sprake is van verguizing van Schwartze heeft waarschijnlijk met andere factoren te maken.
De internationale anti-apartheidsbeweging1960-1994 keert zich af van het Amsterdamse Zuid Afrika Huis, de Tweede Boerenoorlog 1899-1902 en de rol van Konining Wilhelmina daarin. Dat Schwartze de Boeren en hun strijd steunt en de generaals en Paul Kruger op het doek zet kan zich tegen haar gekeerd hebben.

In de wederkerige loyaliteit tussen Nederland en de Boeren spelen verwantschap én zakelijke belangen een rol. De oprichting van de Nederlandse Trust Maatschappij voor goud en andere mijnwaarden "Wilhelmina"  in 1902 ten tijde van het verblijf van Paul Kruger in ons land, roept in dit verband vragen op . Dat Wilhelmina (1880-1962)  figureert in een Nazi Propagandafilm Ohm Kruger uit 1941 vind ik echter onthutsend en een probleem van andere orde.
De film is op Youtube te vinden. Zie de link aan het einde van de blog.

Ohm Kruger vertelt aan de hand van de biografie van Paul Kruger het verhaal van de tweede boerenoorlog. Het is een grote aanklacht tegen de Engelsen en hun concentratiekampen. De filmregisseur  Hans Steinhoff maakt al jaren Nazi propagandafilms en het is zeer waarschijnlijk dat de film bekend is aan het hof.
De overwinning van de Engelsen die vanwege het gevonden goud in de Transvaal in 1885 het gebied op de Boeren willen veroveren doen Paul Kruger vluchten. Met hulp en bescherming van Koningin Wilhelmina vindt hij een veilige haven in Nederland. In de laatste minuten van de film, vanaf 1.59.00, verschijnt het statieportret van Wilhelmina. Haar gezant brengt de warme uitnodiging over. Paul Kruger vlucht via Mozambique naar Nederland op het schip De Gelderland.
Dr.Karel Dibbets vraagt zich af of het volk dit geweten heeft. Het valt me op dat de actie van Wilhelmina vergelijkbaar is met een recente publicatie over de komst in 1918 van de Duitse Keizer Wilhelm II naar Nederland
.andere tijden In een uitstekend gedocumenteerde artikel maakt Karel Dibbets1947-2017  aannemelijk hoe het tijdens de Boerenoorlog is gegaan. De populariteit van de vorstin is voor de oorlog heel matig. In media en nationaal besef analyseert hij de rol van film en theater  in de succesvolle popularisering van Koningin Wilhelmina tijdens de boerenoorlog en haar zegetocht daarna.KD,263

Dat Schwartze een warm hart heeft voor de boerenzaak is duidelijk uit  de recente lezing die Hollema in het Zuid-Afrika huis houdt In de aankondiging van de lezing staat dat Schwartze zelfs gratis generaals en Paul Kruger heeft geschilderd.
Mijn vraag is of Thérèse Schwartze in de jaren van de anti-apartheidsstrijd hiermee inderdaad en daarmee terecht  in het beklaagdenbankje komt te zitten. Volgens mij is het genuanceerder. Zij is een fenomenale kunstenares die zoals velen uit haar wereld zich indertijd verbonden voelt met de kunst en cultuur van Zuid Afrika en voor wie de relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika belangrijk is.

Een overzichtstentoonstelling van haar werk op een mooie locatie lijkt me de moeite waard.
Een selectie van werken geeft een indruk.

De Amsterdamse Joffers
In deze blog gaat het vooral over de Joffers en hun portretkunst. Als een georganiseerde groep van kunstenaressen waarbij de individuele kwaliteiten minder aan bod komen.
De kunstcriticus Plasschaert is de uitvinder van de naam Amsterdamse Joffers. Hij introduceert de naam in 1912. De groep van 8 neemt de naam onmiddelijk over. De 8 vrouwen zijn:
 Lizzy Ansingh · Jo Bauer-Stumpff · Ans van den Berg · 
Nelly Bodenheim · Marie van Regteren Altena · Coba Ritsema · 
 
Jacoba Surie · Betsy Westendorp-Osieck.klik op namen
De vrouwen maken naam en staan garant voor kwaliteit. Ze zitten bepaald niet stil, zijn dienstbaar aan elkaar en de kunstenaarsvereniging Sint Lucas.
.In1937 schrijft Plasschaert: "Ik weet werkelijk niet hoe Sint Lucas eruit zou zien zonder hun werken, hun bedrijvigheid en Amsterdamsch wezen". 

In 1947 verschijnt in de serie kunstboeken vorm en kleur een nummer over de Amsterdamse Joffers gemaakt door de Amsterdamse typograaf Johan H.van Eikeren. Hij waardeert juist in de naoorlogse tijd van verwarring en ontsporing het traditionele en het vakmanschap van de Joffers. "Zoekend en vernieuwend waarbij het vakmanschap door vluchtig experimenteren niet in de knel komt."JE,5ev Hij bezoekt de kunstenaressen in hun atelier. Hij beschrijft hun persoonlijkheid en werkwijze en vraagt hun naar hun belangstelling voor andere kunstuitingen. Hij streeft niet naar een analyse van hun werk en wil via de reproducties in het boek hun werken zelf laten spreken.

Dertig jaar later doet Adriaan Venema in wezen hetzelfde. Hij voegt er vervolgens de wereld van opdrachtgevers en de kunstwereld aan toe. Hij beschrijft de individuele kunstenaressen in de context van hun leefwereld, van de stedelijke elite en het bredere maatschappelijk kader van de kunstwereld. Venema noemt Thérèse Schwartze van grote betekenis voor de Amsterdamse Joffers. Aan sommigen van hen geeft ze les.
De directeur van de Rijksacademie August Allebé is een zeer belangrijke leermeester. Hij is meer leraar dan schilder en juist daarom zo belangrijk voor de Joffers die op een na les van hem krijgen. Zijn studenten aanbidden hem. Professor Jan Veth die de vrouwen les geeft en bijzonder hoogleraar in de portretkunst is, typeert hem als een man die een afkeer heeft "van alle scheppen" AV,10.

>

Op de drempel van de nieuwe tijd
De kunst van het beschutte leven noemt Pierre Janssen de werken van de Joffers.AV,24 Gemaakt door dames met een kleine leefwereld. Ze hebben geld, leven 'op stand' en hebben genoeg tijd om mooi werk te maken dat bij hun past. Enige nuancering lijkt me van belang. Hun leefwereld is groter dan misschien lijkt.
Aan de grote tentoonstelling De Vrouw in 1913 leveren ze hun aandeel en in het Amsterdamse culturele leven vinden ze hun weg. Ze exposeren internationaal en reizen naar Duitsland, Frankrijk en ook wel verder. Ze zijn verwant aan andere Joffers zoals de Noorse Kitty Kielland die ik al eerder behandelde en de Sloveense Kobilca waarvan ik prachtig werk zag.
Het zijn moderne vrouwen die het schildersvak beheersen en meer realistisch zijn dan abstract, een bezield realisme.

Ter afsluiting van dit oude jaar het mooie vertrouwde lied van Reinhard Mey.
Gute nacht freunde es ist zeit......

 

Boeken
G.H.Marius De Hollandsche schilderkunst in de 19de eeuw 1920.
G.H.Marius Dutch Art in the nineteentch century 1908.
Johan van Eikeren, De Amsterdamse Joffers, 1947.
Adriaan Venema, De Amsterdamse Joffers, 1977.
Cora Hollema & Pieternel Kouwenhoven, Thérèse Schwartze Painting for a living, 2015.
Bibeb in Holland 1958, Coba Ritsema, Lizzy Ansingh, Sandberg.

Youtube
Boekpresentatie Hollema https://www.youtube.com/watch?v=3hv5offpSVU
Boekpresentatie Hollema https://www.youtube.com/watch?=61lqsJ2MzEA&feature=youtu.be
Ohm Kruger Nazi propaganda film 1941, alleen voor oudere kijkers.
Gemeentemuseum Arnhem 1955. Vrouwen schilderen.
UVA De Amsterdamse Joffers

Internet Documenten
Rijksmuseumportretten van Wilhelmina
Een koninklijke leugen, Andere Tijden
Karel Dibbets,Paul Kruger als toneelheld en filmster De verbeelding van de Boerenoorlog en de opleving van het nationalisme, 1899-1902.
Links in de tekst
Wikipedia verwijzingen in de tekst
Afbeeldingen hiernaast afkomstig van lijst werken Therese Schwartze